TERUG IN DE TIJD (Aflevering 11)


1815 – 1884

Advertentie Hulsterblad

In 2009 is het 125 jaar geleden dat de harmonie werd opgeschrikt door het plotseling overlijden van kapelmeester Jac. Van Braband. Als medestichter van zijn St. Cecilia verloor men in hem een zeer bijzonder en kundig dirigent.

Groot was dan ook de belangstelling voor zijn overlijden. Zelfs kranten op de toen nog Zeeuwse eilanden, zoals de Middelburgsche Courant, de Thoolsche Courant en de Zierikzeesche Nieuwschbode, maakten er melding van. Het Hulsterblad schrijft over zijn begrafenis het volgende:

“Groot was de deelneming, vooraf gegaan door de Harmonie die de treurmarschen uitvoerde, als een laatste eer, voor hun Directeur, die zoo vol liefde was voor hetzelfde, die, in zijne vrije uren, er alles voor over had, tot roem en bloei en er ook lauwren mee mocht inoogsten; daarna volgde de lijkstoet bestaande uit familie, het hoofd der gemeente, de gemeenteraadsleden, de hoofden der scholen met hun hulppersoneel, de Burgemeesters van Stoppeldijk en Boschkapelle, Ossenisse en Hengstdijk met hunne Secretarissen, de leden van Kerk- en Armbesturen en verder vele vrienden en belangstellenden, wel een bewijs dat hij bij een ieder in achting was, ja hij was een geacht, nauwgezet en stipt ambtenaar, een brave man en vader, hij heeft vele jaren met onvermoeiden ijver gewerkt, voor het belang der gemeente, zulks werd aan de geopende groeve op den doodenakker, door den Edel Achtbare Heer Burgemeester der gemeente in diep geroerde en juiste woorden herdacht. In bijna ieders oog biggelde een traan; Zijn Edel Achtbare troostte de diep bedroefde weduwe en kinderen, door die schoone woorden:

“Laat Uwe droefheid niet gelijk zijn van degenen die geene hoop hebben! Hiernamaals zullen wij elkander wederzien. Hij ruste in Vrede.”

Dankbetuiging Middelburgsche Courant

Op zondag 31 augustus 1884 vond er een unieke plechtigheid plaats, georganiseerd door de werkende leden der Harmonie. Het werd als volgt opgetekend door de correspondent van de Terneuzensche Courant:

“Heden had alhier eene aandoenlijke plechtigheid plaats. Ten 3 ure des namiddags vereenigden zich de werkende leden van onze harmonie St. Cecilia te Kloosterzande , en begaven zich onder het spelen van een doodenmarsch, gevolgd door eene talrijke menigte naar de R.K. begraafplaats te Groenendijk, om daar op het graf van hunnen voor korten tijd plotseling overleden kapelmeester, wijlen den heer Jac. Van Braband, een grafzerk te plaatsen.

Aldaar aangekomen, werd de lijksteen gelegd, waarna  het werkend lid der vereniging, de heer B. van Jole ( Benjamin ) zijne medebroeders, de familie- betrekkingen van den overledene en het aanwezige publiek toesprak in de volgende bewoordingen:

“Geachte medeleden der Harmonie St. Cecilia!

Weifelend en met huivering nam ik de taak op mij om volgens uw wensch een woord van herinnering, van lof, hulde en dank te spreken, nu wij voor de tweede maal ons vereenigd hebben bij de reeds gesloten groeve van onzen waardigen kapelmeester, de heer Jacobus van Braband. En het is met een gevoel van beklemdheid dat ik mij thans van die taak ga kwijten. Immers, waar ook thans de woorden te vinden om uit te spreken, wat wij gevoelen aan deze plaats?

Toen we het stoffelijk overschot van onzen kapelmeester grafwaarts brachten, toen we zijn lijk aan den schoot der aarde zagen toevertrouwen, toen door het Achtbaar hoofd der gemeente aan de verdiensten van den overledene, vooral als ambtenaar in welsprekende woorden welverdiende hulde werd gebracht, toen zwegen wij stille, overstelpt als we waren van droefheid over den onverwachten slag, ons en onzer harmonie toegebracht door zijn plotseling afsterven. Alleen de doffe, trillende weemoedige tonen van den doodenmarsch, die hem grafwaarts geleidden, zij alleen drukten uit en moesten uitdrukken, wat wij gevoelden. En, ik herhaal het, waar zal ik nu de woorden vinden om daarin naar eisch te schetsen de grootte van ons verlies, onze waardeering, der verdiensten van den overledene als kapelmeester onzer harmonie, onze achting en toegenegenheid voor onze vaderlijken vriend? Onze vaderlijke vriend! Ja, dat was de heer van Braband. Hij, de stichter van onze muziekvereeniging; hij, die gedurenden 19 jaren aan haar hoofd stond met volhardenden ijver, met nooit verzwakten lust en opgewekten zin; deelende in het wel en wee zijner stichting; onderwijzende en raadgevende aan zijne “jongens” zoals hij ons zoo eigenaardig noemde; hunne belangen en die der harmonie nooit uit het oog verliezende; geen moeite ontziende om zijne harmonie; zijne eenigste ontspanning van zijne veelvuldige werkzaamheden, te doen worden, wat zij is. Niet ons, neen, hem daar voor de eere!

Hem daarvoor onzen dank!

Meer dan woorden het kunnen uitdrukken, zij dit eenvoudig lijkgesteente met zijn even eenvoudig opschrift waarmede wij zijn laatste rustplaats sieren, de tolk van onze oprechten dank voor zijne zorgen en moeiten voor onze harmonie, van hulde aan zijne verdiensten als kapelmeester, van ware hoogachting en toegenegenheid voor onzen te vroeg nog ontslapen vriend.

Voorzeker, nooit willen wij hem vergeten; nooit vergeten, de vele genotvolle uren met hem op onze repetitiën en uitvoeringen doorgebracht; nooit vergeten, dat hij ons menigen genoeglijken dag in de vreemde heeft verschaft, nooit vergeten, dat hij door het oprichten van onze vereeniging het aanzien van onzer gemeente verhoogde, nooit vergeten, dat het zijn doel was ons door de toonkunst op te wekken tot al wat goed, edel en schoon is en welluidt.

Broeders, laat ons de nagedachtenis van den ontslapene blijvend eeren door zijn werk in stand te houden! Laat ons alle krachten inspannen, laat ons eensgezind blijven om onze harmonie te doen bloeien!

Daartoe blijve het publiek, dat door zijne tegenwoordigheid van zijne belang-stelling blijk geeft, ons zijnen materiëlen en moreelen steun schenken! Het toone daardoor, dat niet wij alleen het werk van den heer van Braband op prijs stellen, maar de overtuiging deelt, dat de harmonie in onze gemeente onmisbaar geworden is.

De opvolger van onzen overleden kapelmeester trede in de voetstappen zijns voorgangers en evenare hem in volharding, in ijver en goede zorg voor onze vereeniging!

Aan de familiebetrekkingen van den afgestorvene brengen wij onzen dank voor de verleende gunst om in hunne plaats op het graf van echtgenoot en vader den lijksteen te mogen plaatsen. Het sterke hen in hunne droefheid over het geleden verlies tot troost, dat vriendschap, achting en toegenegenheid het graf voorgoed sloten van hem, die bij zijn vele verdiensten ook deze voegde, dat hij een zorgzaam echtgenoot en liefhebbend vader was.

En nu, de nagedachtenis van onzen overleden kapelmeester en vaderlijken vriend, blijve steeds bij ons in eere! Volgen wij hem na in werkzaamheid en ijver voor het goede en ruste hij in vrede van zijnen arbeid!

Rust zacht, lieve doode! Bidt uw gade, uw kind;

Rust zacht, dierbare doode, bidt uw leerling, uw vrind;

Rust zacht van uw arbeid! Uw geest blijv’ ons bij;

Omzweev’ ons in tonen van schoone Harmonij;

Uw geest houde ons samen; Uw geest houde ons sterk;

Uw naam, in arduin onuitwischbaar gestift!

Blijve immer ook zoo in onzen harten gegrift!

Vaarwel, lieve doode! U rust bij den Heer!

Aan d’andere zijde des grafs zien we U weer;

Daar boven, waar liefde in het hemellicht blinkt,

’t Harmonisch accoord zonder dissonant klink!

Vaarwel, dierb’re doode! Welzalig uw lot!

Zoo zij het, ja Amen! Zijn ziel zij bij God!”

Zeer aangedaan dankte de oudste aanwezige zoon van den overledene in korte maar welgekozen woorden de leden der vereeniging voor de eer, zijn overleden vader aangedaan, en gaf daarbij te kennen, dat het hem wel deed, te zien, hoe groot de achting en toegenegenheid was, die zijn vader als kapelmeester der harmonie had mogen verwerven.

Nogmaals liet de harmonie zich hooren, plechtig afscheid nemende van den dierbaren doode, met de uitvoering van; ’Le dernier soupir, Marche Funèbre’ van

Christoph’.

Toen de laatste tonen der muziek waren weggestorven, verwijderde zich de dicht samengepakte menigte, zeker ten volle den wensch van den spreker beamende, dat onze harmonie in stand blijven en bloeien moge!

125 jaar zijn voorbij en het graf van onze eerste dirigent is al lang geleden geruimd. Toch heeft hij zijn harmonie niet losgelaten.

Bij graafwerkzaamheden te Walsoorden in 1989 stootte loodgieter en oud-muzikant Rudi van Pamelen op een zwaar hardstenen putdeksel. Bij nader onderzoek bleek dat het ging om de grafzerk van wijlen Jac. van Braband. De steen had de tand des tijds goed doorstaan, op een kleine beschadiging aan de bovenkant na. In de grafsteen is gebeiteld:

TER GEDACHTENIS AAN ONZEN KAPELMEESTER

J. VAN BRABAND 1815-1884

Boven het opschrift is een lier gebeiteld, omgeven door een krans.

Jac. van Braband werd opgevolgd door zijn zoon Piet van Braband in de functies van zowel kapelmeester als secretaris en ontvanger der gemeente Hontenisse.

Wellicht een goede gedachte voor de gemeente eens en straat of plein naar onze eerste kapelmeester te noemen!

Th. C.

Leave a reply