TERUG IN DE TIJD (Aflevering 12)

Foto Th. C.  2009      Dorpspomp te Kloosterzande
Op zaterdag 26 september 1986 werd de stenen dorpspomp op haar oorspronkelijke plaats terug gezet. Deze dorpspomp werd 28 juni 1886 ongeveer daar op het Hof te Zandeplein geplaatst, maar is later naar een hoekje achteraf verhuisd. Ter gelegenheid van het feit dat de pomp honderd jaar in Kloosterzande stond, werd door voormalig burgemeester Antoine Kessen en onze overleden voorzitter Jan Menu de dorpspomp officieel onthuld. Dat was in 1886 wel even anders!!!
Bij het lezen van de Terneuzensche Courant uit dat jaar kwam ik een drietal ingezonden stukjes tegen, geschreven door enkele inwoners van Lamswaarde. Het was alsof ik door een wesp werd gestoken! Onze harmonie, door jan en alleman gerespecteerd om haar prachtige toneel en muziek-uitvoeringen, waar zelfs het muziek van Hulst jaloers op was en die vanaf 1866 samen met het Mannenkoor Vrijheid Eendracht uit Lamswaarde ieder jaar ten bate van de armen te Lamswaarde één of meerdere concerten gaf, moest het ontgelden en dat allemaal door zo’n stomme dorpspomp.


Foto Th. C.   2009            Dorpspomp te Lamswaarde
Hier volgt het eerste relaas uit Lamswaarde:
“Mijnheer de Redacteur” , 8 juni 1886. “Dewijl de zomer met zijn onafscheidbaar onweder in het land is, en er bijgevolg veel gevaar bestaat voor brand, zoo dunkt me, dat het wel der moeite waardig is om eens na te gaan of er op het dorp genoegzame voorzorgen worden genomen om bij voorkomende ongelukken den brand te kunnen meester worden.Onder die voorzorgen komt op de eerste plaats eene goede brandspuit; nu geloof ik, dat we op dat punt niet hebben te klagen, voor zoover toch ik kan nagaan is de spuit van Lamswaarde goed in orde, immers deze wordt op tijd beproefd en de overheid zou dus als er iets aan ontbreekt, aanstonds bereid zijn zulks te verhelpen; doch waartoe dient eene goede brandspuit wanneer er niet voldoende gezorgd wordt voor water, en dit laat hier veel te wensen over; als er in de bebouwde kom brand ontstond, dan zou het mij niet verwonderen dat zij gansch afbrandde, want nergens is iets te vinden wat op een brandput gelijkt, of zou soms die modelpomp, die alle oogenblikken kan instorten en reeds gedurende drie jaren geen water meer geeft, daarvoor moeten dienen? Dan zijn we al zeer slecht gesteld. Mij dunkt dat het een zeer goed bewijs levert van de alles omvattende zorgen van onzen achtbaren gemeenteraad,( tusschen twee haakjes zij gezegd, dat die zorg ook vooral uitschittert in die schoone pomp die geen water geeft tot groot ongerief der inwoners, en ook in het rioolstelsel dat zoo buitengewoon goed is, dat men bij een sterken regen wel een bootje zou behoeven om over het dorp te geraken ).Zou op Kloosterzande ook alles zoo goed in orde zijn? Zo niet, dan moest men daarvoor zorgen; immers in één gemeente moet overal gelijk gewerkt worden en men moet niet kunnen zeggen dat dit of dat gehucht stiefmoederlijk behandeld wordt, alle inwoners toch betalen gelijkelijk de belastingen en allen hebben dus gelijke aanspraak zoo op het sierlijke als op het noodzakelijke.
Men denke nu niet dat dit alles voortkomt uit afgunst of ontevredenheid, o neen! Die twijfelt ga zich slechts vergewissen op beide plaatsen en dan zal hij mijn gevoelen volkomen beamen. Waarom toch ook de eene plaats achter de andere gesteld? Zou een brandput toch zoo enorm veel geld kosten dat Lamswaarde zulks niet waardig is? Dat men de subsidie voor de Harmonie eens liet vervallen en in de plaats daarvoor te Lamswaarde een brandput bracht, en ik geloof dat de Lamswaardenaars zulk een daad op prijs zouden stellen en zeer gaarne het concert, dat hier jaarlijks in de open lucht gegeven wordt, zouden missen.Mijnheer de Redacteur. U Ed. reeds bij voorbaat mijnen dank.”

{mosimage}
Foto Carlo Buijsrogge              Dorpspomp te Kloosterzande
In 1877 kreeg de harmonie voor het eerst gemeentelijke subsidie voor een bedrag van f 100,- per jaar.
Het tweede ingezonden stuk komt wat genuanceerder over en breekt een lans voor onze harmonie. Waarschijnlijk iemand die met de handel en wandel der gemeente goed op de hoogte was:
“Mijnheer de Redacteur” Lamswaarde, 11 juni 1886. “In het nummer uwer courant van Woensdag jl. beklaagt “een getrouw lezer van uw blad”uit ons dorp zich over het gebrek aan water bij eventueel te ontstane brand en wil hij doen uitkomen dat het wenschelijk ware één of meer brandputten aan te leggen. Z. Ed. zegt, dat het hem niet verwonderen zou, dat, wanneer er in de bebouwde kom brand ontstond, het geheele dorp afbrandde; mij wel. Immers over een paar jaren ontstond er brand in ons dorp, bijna midden in de nacht, in de onmiddelijke nabijheid eener houtschuur enz. en…de brand bepaalde zich tot een stalletje. Ook toen waren er geen brandputten. Dit wil nu niet zeggen, Meneer de Redacteur; dat ik de brandputten alhier onnoodig acht, volstrekt niet; ook ben ik voor het nemen van maatregelen om brand onmiddellijk te kunnen blusschen. Ongetwijfeld is ook schrijver het volgende niet onbekend. In de zomer van 1885 is alhier op last van het gemeente-bestuur een proefput gedolven en de uitslag was, dat de grond ter plaatse in erge mate kwelpachtig en dus geheel ongeschikt was, en al was dit nu niet het geval geweest, de eigenaar van de grond, trok zijne eenmaal gegevende toestemming tot het delven van de put in.Schrijver vraagt verder of die modelpomp soms tot brandput moet dienen; het antwoord daarop make hij zelf. Al de pompen van ons dorp zijn niet in staat ook maar gedurende 5 minuten voldoende water voor onze, ook volgens hem flinke spuit, te leveren. Hij schijnt daarbij meer het doel der pomp op het oog te hebben. Ik geef toe dat de toestand van die pomp beter kon zijn, ook wat het uiterlijke betreft, doch dat ze geen 3 jaren water gaf is eene grove onwaarheid. Dat die pomp niet hersteld wordt, vindt ongetwijfeld zijne oorzaak daarin, dat dezelve nog in den loop van dezen zomer door eene nieuwe degelijke ijzeren pomp zal worden vervangen, althans het is mij bekend, dat de gemeenteraad daartoe besloten heeft. Ook Kloosterzande krijgt eene dergelijke nieuwe pomp, doch naar ik hoorde, zal ons dorp de voorkeur genieten.De snedige gedachte van den schrijver om de subsidie voor de Harmonie, voor het door hem beoogde doel, te doen vervallen, deel ik niet. Ook met het behoud daarvan kan Lamswaarde wel een brandput enz. krijgen, denk ik, en mocht schrijver al niet op het jaarlijksche concert der harmonie gesteld zijn, ik weet zeker dat het meerendeel onzer inwoners dit niet gaarne zoude missen.Mij rest nog eene vraag, nl: wat is met het schrijven des inzenders doel geweest? Op die wijze zijn wensch verwijzenlijkt te zien? Of, ons gemeente-bestuur eens in een kwaad daglicht te willen stellen? Mijn inziens zal het resultaat voor hem dan luttel zijn, en hij niet bevredigd worden. Ik wil schrijver ten slotte nog een raad geven. De eerste plaats tot hen, die uw verlangen kunnen bevredigen, in casu de gemeenteraad.Neem thans nog het initiatief tot een verzoek tot het daarstellen van één of meer brandputten in ons dorp aan genoemde raad, doch wijs daarbij de plaatsen aan, die gij daartoe geschikt acht, en ik houd mij overtuigd, dat al onze inwoners uw verzoek zullen steunen, en onze gemeenteraad aan uwen wensch zal voldoen, ook zonder dat daarvoor op andere plaatsen iets behoeft te worden bezuinigd.Gelieve Mijnheer de Redacteur, deze regelen in uwe courant van Zaterdag a.s. op te nemen, en ontvang daarvoor bij voorbaat mijnen dank.”
{mosimage}
Foto Carlo Buijsrogge             Dorpspomp te Lamswaarde
Men kan zich bij dit ingezonden stuk een aantal vragen stellen, maar het stuk van 16 juni is daar echter heel duidelijk in. Briefschrijver wenst onze harmonie een prachtig vooruitzicht toe:
Lamswaarde, 16 juni 1886.”Mijnheer de Redacteur!”“In mijn schrijven heb ik niet beweerd, dat bij een voorkomenden brand de gansche kom zou afbranden, maar slechts dat mij niet verwonderen zoude. Dat een ander nu mijn gevoelen niet deelt daar heb ik niets op tegen, doch den schijn aannemen te willen bewijzen uit een enkel geval van brand, welke zich bepaalde tot een stalletje, dat het onmogelijk zoude zijn, vind ik nog al kras. Daarbij komt nog dat het toen winter was en er bijgevolg water was in overvloed. Het is mij niet onbekend dat in 1885 door het gemeentebestuur last was gegeven om een brandput te graven; het is mij niet onbekend dat de grond ( om het woord des schrijvers te gebruiken ) kwelpachtig was; doch eene weigering van den eigenaar is mij bepaald onbekend; wel heeft de eigenaar van dien grond geweigerd een open of niet gemetselden put te graven, daar waar den ganschen dag zijne paarden en koeien rond loopen, en hierin heeft hij groot gelijk. Moet men nu verder uit woorden van den schrijver afleiden dat er op het gehele dorp Lamswaarde geen enkel stukje grond geschikt zoude zijn, buiten het eigendom van hem die geweigerd heeft?Het toegeven dat de pomp, uiterlijk ook beter konde zijn is al even naïef zijne andere bewijzen; en de “grove onwaarheid” waarvan schrijver spreekt, bestaat slechts denkbeeldig: gaarne geef ik toe dat het misschien wel juist geen drie jaren is, doch dat het veel langer is dan twee jaren, dit staat vast bij ieder Lamswaardenaar. Wie nu van ons beiden het meest snedig ( in gedachten ) is over de subsidie voor de Harmonie laat ik aan het oordeel der lezers over. Wat aangaat het al of niet gesteld zijn op concerten ( lees: schrijver schijnt niet muzikaal te zijn ) daarop antwoord ik dat wij, om straatliedjes te hooren ( zoals er in 1882 of 1883 door de Harmonie alhier zijn opgedreund ) even goed naar straatmuzikanten kunnen luisteren. Eene “grove onwaarheid” is het, dat de Lamswaardenaars het concert niet gaarne zouden missen: ga eens rond met een lijst, niet om giften in te zamelen om den leden der Harmonie een pleziertochtje naar de tentoonstelling van Antwerpen te bezorgen, maar om mij het meerendeel van onze inwoners die er tuk zijn te toonen; in één woord de lieden die het concert bijwonen leveren ons het bewijs er van: de vorigen keer was men er zelfs zoo zeer opgesteld dat er niet eens gezorgd was voor eene kiosk. Het doel van mijn schrijven was en is nog dat te Lamswaarde in het noodzakelijke zou worden voorzien: de nevenbedoeling die de schrijver mij schijnt te willen aantijgen bestaat niet. Doch gelijk de waard is, zoo vertrouwt hij zijne gasten.Hartelijk dank ook voor den zoo gratis gegeven raad; wederkeerig wil ik ook hem een raad geven, nl. dat hij, zoo hij althans lid is van den gemeenteraad of anderszins in genoemden raad zitting heeft, eens goed nadenken of er niet reeds dikwijls gesproken is over de door mij aangehaalde grieven en hij zal bevinden hoe spoedig ( ? ) gemeld bestuur die grieven weet uit den weg te ruimen, adres aan onze pomp en het rioolstelsel. Ja, ’t is waar, ook ik zou bijna vergeten te zeggen waarom die pomp niet hersteld wordt, nl. omdat zij in de loop van dezen zomer door eene geheel nieuwe ijzeren zal vervangen worden. Verbeeld u lezer dat in het jaar 1886 onze dorpschool met al hare nieuwste land- en andere kaarten, aardbollen en kachels naar de laatste uitvinding, door een bijzonder toeval vernield wordt en men ons komt zeggen, nu menschen, weest maar tevreden, die school zullen we zoo maar laten, we zullen haar maar niet meer opbouwen, omdat…ja,omdat ge over drie jaren of in 1890 toch een nieuwe zult krijgen!!! Hoe redelijk he?Eindelijk en ten laatste nog eene vraag: waarom kiest men leden in de raad, of liever, waartoe dient een gemeentebestuur? Mijn bedunkens om te waken over de belangen der gemeente en om rond te zien waar er herstelling en verbetering noodig is, en niet om gemakkelijk bij elkander te zitten tot dat er iemand opdaagt die den gemeenteraad komt wijzen waar een geschikt stukje grond te vinden is om een brandput aan te leggen. Zoude men zonder dergelijke aanwijzingen van bijzondere personen toch de belangen der gemeente niet kunnen behartigen.Na dit alles eene opmerking. Mijn inziens is de inzender niet van Lamswaarde. Waarom dan neemt hij den schijn aan en schrijft hij uit Lamswaarde? Is hij van ons dorp, wat ik zeker niet geloof, dan vind ik het laf van hem te schrijven tegen de waarachtig gevoelde belangen van ons dorp, doch nog eens, ik kan niet gelooven dat er op Lamswaarde dergelijke personen gevonden worden.Hiermee nemen wij voor goed afscheid van onze goede oude pomp en zullen wij niet meer pompen voor dat we eene nieuwe ijzeren zullen bezitten, en dat wel, volgens den schrijver die goed op de hoogte schijnt te zijn van de besluiten van ons gemeentebestuur, voor dat Kloosterzande er eene zal hebben.Ten slotte raad ik de vreemdelingen die den 24 dezer ons dorp zullen bezoeken, eens goed de pomp in aanmerking te nemen; als dan de Harmonie bij gelegenheid onze kermis alhier een concert mocht geven, en er toevallig een stortregen zou vallen, dan zou men misschien nog het genot mogen smaken van de Harmonie op een drijvende kiosk muziek te hooren geven, ofschoon ik niet zeer muzikaal ben, toch heb ik altijd gehoord dat muziek op water allerschoonst voldoet. Prachtig vooruitzicht!!! Misschien zal mijn tegenstander dit wederom zeer snedig vinden.Aanvaard Mijnheer de Redacteur de verzekering mijner hoogachting”.

In de notulen der gemeenteraad werd het dagelijks bestuur ( B&W ) nalatigheid en karigheid verweten wat door de burgemeester op een deskundige manier werd weerlegd. Met zes stemmen voor en twee tegen kregen de dorpen Kloosterzande en Lamswaarde ieder een grote ijzeren pomp. Met plaatsen er bij een uitgave van plusminus f 200,-.


Advertentie Hulsterblad
En hoe verging het de harmonie? In de Middelburgsche Courant van vrijdag 17 september 1886 werd voor de komende dagen mooi weer voorspeld. Een oostenwind en plusminus 20 graden Celcius. Lamswaarde kon genieten van zonnig nazomerweer, hun tweede kermis, feest van de Heilige Cornelius, een nieuwe dorpspomp en het spel der harmonie. De harmonie opende waarschijnlijk het concert met de fantasie ‘Pompen of verzuipen’, of is dat misschien te snedig?


Foto Carlo Buijsrogge
Dorpspomp te Kloosterzande                                                                                                                                                 Th. C.

Leave a reply