TERUG IN DE TIJD (Aflevering 1)

Cecilia,_r1866_(Lust_tot_Oefening)Deze eerste aflevering wordt er één over een zeer menselijke tragedie die wij vandaag de dag vandaag de dag gelukkig maar zelden meer tegen komen.

In de maand mei van het jaar 1862 bracht Z.M. Koning Willem III een bezoek aan Zeeland. Op maandag 26 mei was het de beurt aan de gemeenten Sas van Gent, Westdorpe, Axel, Hulst en Hontenisse. De notabelen van Hontenisse kwamen op 10 mei voor de eerste maal bijeen in logement St. Hubert bij S.J. Verbist (Hotel van Leuven.), waar een feestcommissie werd geformeerd. Deze commissie bestond uit de heren A.Fagel, voorzitter, W. Goedhart, secretaris en tevens notulist en de leden J.van Braband, P.A. Adriaansens, E. Pateer, P.F. Fruijtier, W. Ringhout, J.F. Deijer, P. Dronkers, P. van Arenthals en M.H. Delforge. Gemeentesecretaris J.van Braband kreeg de opdracht brieven te schrijven naar enkele verenigingen in de gemeente Hontenisse voor hun medewerking. In die tijd op één hand te tellen. Medewerking gaven de handboogschutterij Willem Tell, onder opperbeschermheerschap van Z. M. Willem III, de handboog-societeit Concordia nova en de muziek en zangvereniging St. Cecilia. Laatstgenoemde vereniging leed een kwijnend bestaan, maar men zou de Koning toch met enige liederen verwelkomen. Bij gemis van een raadhuis had men op het marktplein (Hof te Zandeplein) een groot paviljoen gebouwd naar een ontwerp van de voorzitter A. Fagel, in het leven Rijksopzichter te Walsoorden.

Op donderdag 15 mei was de tweede vergadering in Hotel de Linde bij J. van Sikkelerus. De voorzitter deelt mede dat er vier ingekomen stukken zijn binnen gekomen. De eerste twee stukken respectievelijk van Concordia-nova en Willem Tell zijn zeer positief. Beide geven hun medewerking aan dat “groots opgezet feest”. De derde brief is van het Gilde St. Sebastiaan, dat wegens gebrek aan leden (3 in getal) niet van de partij kan zijn. De vierde is afkomstig van J.van Braband. Het betreft een korte maar zeer emotionele brief. Hij schreef het volgende:

,,Hontenisse 15 mei 1862.

Aan de commissie tot regeling der festiviteiten

bij de aanstaande komst der Koning te Hontenisse.

Zeergeachte Medeleden!

In den afgelopen nacht trof mij de gevoeligste slag mijns levens.

Mijne brave echtgenoot, Elisabeth Lemsen,werd mij na eene allergelukkigste

Echtvereeniging van slechts vijftien jaren en 19 dagen in den ouderdom van

43 jaren 1 maand en 29 dagen, na een kort doch smartvol lijden door den dood

ontrukt, na tijdig voorzien te zijn van de Heilige Sacramenten der Stervenden.

Wat ik met mijne zeven kinderen waaronder één van slechts

8 dagen oud, in haar verlies kunnen alleen zij gevoelen, die de Geliefde in hare

levenswandel, huishoudelijkheid en humeur hebben gekend.

Overtuigd van Uw deelneming in dit voor mij zoo hoogst smartelijk verlies,

geef ik Uw daarvan met een van droefheid opgekropt hart kennis en noem mij,

Uw diepbedroefde Dienaar,J. van Braband”

Op 17 mei was er een vergadering in het café van dhr. Pieters. Opnieuw was er een brief binnengekomen van J.van Braband. Deze schreef toen het volgende:

‘’  Aan de Commissie tot regeling der festiviteiten

bij de aanstaande komst des Konings.

Mijnheer de Voorzitter, Zeer Geachte Medeleden,

De bedroevende omstandigheden in welke ik verkeer, en waarvan ik Uwe vergadering bij brief van gisteren kennis heb gegeven, zijn oorzaak dat ik, mijns ondanks Uwe tegenwoordige vergadering niet kan bijwonen.

De door Uwe vergadering gewenste publicatie namens het versieren der straten is heden avond aan den Burgemeester ter ondertekening gezonden.

Ik geef der vergadering alsnog in bedenking of het niet doelmatiger zoude zijn, dat de leden van de commissie zich bij tweeën in de verschillende wijken verdeelden, het aanbieden der inschrijvingslijsten in plaats van dat aan eene veldwachter op te dragen. De opbrengst zou er bepaaldelijk veel bij winnen.

Ik, voor mij, wil mij, des gevorderd, volgaarne met een gedeelte belasten.

Met achting Uw diepbedroefde Dienaar, J.van Braband.”

Het voorstel werd met algemene stemmen aangenomen. Het gemeentebestuur ging akkoord met een financiële bijdrage van f 200,- (Heel veel geld in die tijd.) Een kleine greep uit  de artikelen die zij nodig hadden: 300 el wit katoen, 150 el rood en evenzoveel blauw, 400 sparren en een 200 lampions. Het feest kon niet meer stuk. Toch werd er op 19 en 24 mei een vierde en vijfde vergadering belegd. De laatste plooien werden gladgestreken en Hontenisse droeg haar mooiste feestgewaad. Overal erebogen, vlaggen en een prachtige koepel ingericht voor de ontvangst van Z.M. Koning Willem III.

Op 26 mei was het dan zo ver. Een erewacht van 47 ruiters begeleidde de Koning vanaf de gemeentegrens van Hulst naar Kloosterzande, waar zij omstreeks 20.00 uur aankwamen. Een onafzienbare menigte juichte Z.M. toe. Nadat de feestcommissie, de sociëteiten en het gemeentebestuur waren voorgesteld door burgemeester J. Sergeant, werd door drie in het wit geklede meisjes een bouquet ( boeket) aangeboden. Daarna was het de beurt aan zangvereniging St.Cecilia, die met begeleiding van enkele blaasinstrumenten een toepasselijk lied ten gehore bracht. Z.M. sprak daarna een kort dankwoord uit over de goede ontvangst in deze gemeente. Zonder iets van de aangeboden spijs en drank te gebruiken, ging men stapvoets in optocht naar Walsoorden. Daar werd afscheid genomen, waarna Z.M. in een gereed liggende sloep stapte, die hem naar zijn Koninklijk Stoomjacht, de Leeuw, bracht.

St Cecilia 1866

Het Koninklijk bezoek aan het voormalige 5e district van Zeeland was een groot succes en ons kleine landje bleef een deel van Nederland.

Hoe verliep het verdere leven van J.van Braband? Op 4 februari 1864 hertrouwde hij met Elisabeth Staal, die hem nog drie zonen schonk. De jongste telg, geboren op 16 februari 1868, overleed na bijna zes maanden. Als gemeentesecretaris, ontvanger der gemeente, lid en secretaris van het algemeen armbestuur, lid der commissie van toezicht op het lager onderwijs en medestichter, oprichter en kapelmeester van zijn St.Cecilia, was hij een zeer gerespecteerd man. Dit komt nog eens tot uiting bij zijn overlijden op 14 juni 1884. Namens de muzikanten werd er op hun kosten een zerk op zijn graf geplaatst. Ondanks alles heeft ons dit toch een beetje inzicht gegeven in het leven van Jac.van Braband, een leven dat niet over rozen ging.

Wordt vervolgd.

Leave a reply